Welke apparaten vallen onder NEN 3140 en moeten worden gekeurd?
Welke apparaten vallen onder NEN 3140 en hoe vaak moeten ze gekeurd worden? In dit artikel leggen we het je uit!


Anton is Adviseur bij CAN Comply Groep. Hij helpt organisaties met complexe vraagstukken en maakt graag de vertaalslag naar praktische oplossingen.
anton@certificeringsadvies.nlVan een laptop en koffiezetapparaat op kantoor tot een boormachine, kabelhaspel of machine in de werkplaats: elektrische arbeidsmiddelen vind je binnen vrijwel iedere organisatie. En waar met elektriciteit wordt gewerkt, is veiligheid belangrijk. NEN 3140 speelt daarbij een belangrijke rol.
Maar welke apparaten vallen eigenlijk onder NEN 3140? Moet je ook kantoorapparatuur keuren? Hoe zit het met vaste machines? En hoe bepaal je hoe vaak een elektrisch arbeidsmiddel moet worden gecontroleerd?
In dit artikel zetten we het voor je op een rij.
Wat is NEN 3140?
NEN 3140 is de Nederlandse norm voor het veilig werken met en beheren van elektrische laagspanningsinstallaties en elektrische arbeidsmiddelen. De norm is gebaseerd op de Europese norm EN 50110-1 en geeft een praktische invulling aan verplichtingen uit de Arbowet rondom elektrische veiligheid.
Waar gaat NEN 3140 over?
NEN 3140 draait om elektrische veiligheid op de werkvloer. De norm beschrijft hoe je elektrische apparatuur en installaties veilig gebruikt, beheert en controleert. Ook gaat de norm in op veilig werken aan of rondom elektrische installaties. Daarbij is aandacht voor inspecties en keuringen van elektrische arbeidsmiddelen én voor de verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden binnen de organisatie.
Het doel is duidelijk: elektrische ongevallen voorkomen. Denk aan elektrische schokken, brand of kortsluiting als gevolg van beschadigde of defecte apparatuur.
Welke apparaten vallen onder NEN 3140?
NEN 3140 heeft betrekking op vrijwel alle elektrische arbeidsmiddelen die in een werkomgeving worden gebruikt. Het gaat dus zeker niet alleen om elektrisch gereedschap in een werkplaats of op een bouwplaats. Ook elektrische apparatuur op kantoor, in de kantine en in een productieomgeving kan hieronder vallen.
Denk bijvoorbeeld aan de volgende arbeidsmiddelen:
- Elektrisch handgereedschap: boormachines, schuurmachines, slijptollen, zaagmachines en elektrische schroevendraaiers. Doordat deze apparaten vaak intensief worden gebruikt en regelmatig worden verplaatst, kunnen kabels, stekkers en behuizingen beschadigen of slijten.
- Draagbare en verplaatsbare elektrische apparatuur: apparatuur die regelmatig van werkplek verandert en daardoor een grotere kans loopt op beschadiging.
- Kantoorapparatuur: computers, laptops, printers, kopieermachines, beeldschermen, bureaulampen en ventilatoren. Het risico is hier vaak lager, maar ook een beschadigd snoer of een defecte behuizing kan gevaar opleveren.
- Keukenapparatuur op de werkplek: bijvoorbeeld koffiezetapparaten, waterkokers, magnetrons en koelkasten.
- Verlengsnoeren, kabelhaspels en stekkerdozen: deze worden regelmatig verplaatst en gebruikt onder verschillende omstandigheden. Daardoor zijn ze gevoelig voor slijtage en beschadiging.
- Elektrische meet- en testapparatuur: apparatuur waarmee binnen de organisatie elektrische metingen en controles worden uitgevoerd.
- Acculaders en apparatuur op accu: bijvoorbeeld laptops en oplaadbaar elektrisch gereedschap dat tijdens gebruik of het opladen met het elektriciteitsnet verbonden kan zijn.
- Tijdelijke elektrische voorzieningen: zoals bouwlampen, mobiele generatoren, tijdelijke verdeelkasten en zwerfkasten. Deze voorzieningen worden vaak vervoerd en kunnen onder zwaardere omstandigheden worden gebruikt.
- Industriële machines en productieapparatuur: denk aan vaste machines, productielijnen, compressoren, lasapparatuur en hefinstallaties. Hierbij kunnen ook veiligheidsvoorzieningen, zoals noodstops en beschermingen, een rol spelen.
- Vast aangesloten apparatuur en elektrische installaties: bijvoorbeeld schakelkasten, verdeelinrichtingen, vaste bekabeling, vast opgestelde machines, verlichting, aardlekschakelaars en aardingsinstallaties. De manier waarop je deze inspecteert, verschilt van de keuring van verplaatsbare elektrische arbeidsmiddelen.
Welke controles en metingen nodig zijn, is dus niet voor ieder arbeidsmiddel hetzelfde. Dat hangt onder meer af van het type arbeidsmiddel, de uitvoering en de omstandigheden waarin je het gebruikt.
Moeten alle elektrische apparaten worden gekeurd?
Elektrische arbeidsmiddelen die binnen een werkomgeving worden gebruikt, moeten veilig zijn en periodiek worden gecontroleerd.
Dat betekent niet automatisch dat ieder apparaat op dezelfde manier en even vaak moet worden geïnspecteerd. Bij bepaalde apparatuur kan de keuringsbehoefte anders worden beoordeeld. Denk aan:
- apparatuur die op zeer lage spanning werkt;
- apparatuur die vast onderdeel is van een elektrische installatie;
- apparatuur waarvoor een andere specifieke keuringsnorm geldt;
- vast opgestelde IT-apparatuur met een lager risicoprofiel.
Een uitzondering kun je niet zomaar aannemen. Het daadwerkelijke risico en de manier waarop het arbeidsmiddel wordt gebruikt, blijven bepalend. Voor medische elektrische apparatuur geldt bijvoorbeeld de aanvullende norm NEN-EN-IEC 62353.
Welke veiligheidsklassen zijn er?
Elektrische apparatuur kan worden ingedeeld in verschillende veiligheidsklassen. Die klasse bepaalt mede welke controles en metingen tijdens een keuring relevant zijn.
- Klasse I-apparatuur maakt gebruik van een beschermingsleiding of aarding. Voorbeelden zijn metalen bureaulampen, koffiemachines en bepaalde industriële machines. Tijdens de keuring is onder andere de controle van de beschermingsleiding belangrijk.
- Klasse II-apparatuur is dubbel geïsoleerd en heeft geen aardverbinding nodig. Voorbeelden hiervan zijn bepaalde boormachines, haakse slijpers en soldeerbouten. Je herkent deze apparatuur vaak aan het symbool met twee vierkanten.
- Klasse III-apparatuur werkt op een zeer lage veiligheidsspanning, meestal tot maximaal 50 volt wisselspanning. Hierdoor is het risico op een elektrische schok sterk beperkt.
De veiligheidsklasse helpt dus bepalen welke testen tijdens de keuring nodig zijn.
Hoe vaak moeten elektrische arbeidsmiddelen worden gekeurd?
Voor elektrische arbeidsmiddelen bestaat niet één keuringsfrequentie die altijd geldt. Hoe vaak een inspectie nodig is, bepaal je op basis van het risico.
Daarbij kijk je onder andere naar:
- Gebruiksintensiteit: een apparaat dat iedere dag intensief wordt gebruikt, kan sneller slijten dan een apparaat dat je maar af en toe gebruikt.
- Werkomgeving: vocht, stof, vuil, trillingen en gebruik buiten kunnen de kans op beschadiging vergroten.
- Kans op beschadiging: draagbare en verplaatsbare apparatuur loopt meestal meer risico dan apparatuur die permanent op dezelfde plek staat.
- Resultaten uit eerdere keuringen: worden regelmatig gebreken gevonden? Dan kan dat aanleiding zijn om vaker te inspecteren.
- Gevolgen van een defect: ook het risico dat ontstaat wanneer een arbeidsmiddel faalt, speelt een rol.
De periode tussen twee keuringen kan daardoor variëren van enkele maanden bij intensief gebruik en zware omstandigheden tot meerdere jaren bij apparatuur met een lager risicoprofiel. Met een risico-inventarisatie kun je een passend keuringsschema voor jouw organisatie bepalen.
Hoe weet je of een elektrisch arbeidsmiddel voldoet aan NEN 3140?
Om vast te stellen of een elektrisch arbeidsmiddel veilig kan worden gebruikt, wordt het geïnspecteerd. Zo’n NEN 3140-keuring bestaat uit verschillende onderdelen.
1. Visuele inspectie
Je begint met wat je kunt zien. Het arbeidsmiddel wordt gecontroleerd op zichtbare beschadigingen en gebreken, zoals:
- beschadigde kabels en snoeren;
- defecte of beschadigde stekkers;
- losse verbindingen;
- beschadigde behuizingen;
- beschadigde schakelaars;
- ontbrekende beschermingen;
- sterke vervuiling.
Een goede visuele inspectie is belangrijk, omdat veel gebreken al tijdens deze controle zichtbaar worden.
2. Elektrische metingen
Vervolgens kunnen, afhankelijk van het arbeidsmiddel, verschillende elektrische metingen nodig zijn. Bijvoorbeeld:
- meting van de beschermingsleiding;
- aardleidingweerstand;
- isolatieweerstandsmeting;
- lekstroommeting;
- contactstroom.
Welke metingen worden uitgevoerd, hangt onder andere af van de uitvoering en veiligheidsklasse van het arbeidsmiddel.
3. Functionele controle
Ook de werking van het arbeidsmiddel en de aanwezige veiligheidsvoorzieningen kan worden gecontroleerd. Bij machines kun je bijvoorbeeld denken aan noodstopvoorzieningen en beschermingen.
4. Beoordelen en registreren
Na de inspectie worden de resultaten beoordeeld en vastgelegd. In de keuringsregistratie kan bijvoorbeeld staan:
- om welk arbeidsmiddel het gaat;
- wanneer het is gekeurd;
- welke controles zijn uitgevoerd;
- wat de meetresultaten zijn;
- welke eventuele gebreken zijn gevonden;
- wie de keuring heeft uitgevoerd;
- wanneer de volgende inspectie gepland staat.
Goedgekeurde apparatuur kan vervolgens een keuringssticker krijgen met daarop de keuringsdatum en de volgende controledatum.
Wat gebeurt er met afgekeurde apparatuur?
Blijkt uit de inspectie dat een elektrisch arbeidsmiddel niet veilig is? Dan moet het uit gebruik worden genomen.
Vervolgens kan het arbeidsmiddel worden gerepareerd en opnieuw worden gekeurd, worden vervangen of worden afgevoerd wanneer reparatie niet mogelijk of niet rendabel is. Belangrijk is dat afgekeurde apparatuur duidelijk als onveilig wordt gemarkeerd. Het arbeidsmiddel mag pas weer worden gebruikt wanneer het probleem is opgelost.
Welke gebreken komen vaak voor?
Tijdens keuringen kunnen allerlei gebreken worden ontdekt. Veelvoorkomende voorbeelden zijn:
- beschadigde kabels en snoeren;
- beschadigde stekkers;
- defecte schakelaars;
- onvoldoende isolatieweerstand;
- defecte of ontbrekende aarding;
- een te hoge lekstroom;
- beschadigde beschermkappen;
- sterk vervuilde apparatuur;
- verouderde apparatuur.
Slijtage, intensief gebruik, transport en verkeerd gebruik kunnen hierbij een rol spelen. Elektrische veiligheid is daarom niet alleen iets voor het moment van de keuring. Medewerkers kunnen zelf ook bijdragen door zichtbare beschadigingen en defecten direct te melden.
Wie is verantwoordelijk voor de keuring van elektrische arbeidsmiddelen?
De werkgever is verantwoordelijk voor een veilige werkomgeving en veilige arbeidsmiddelen. Daar hoort onder andere bij dat:
- elektrische arbeidsmiddelen in kaart zijn gebracht;
- passende inspecties worden uitgevoerd;
- de resultaten van keuringen worden geregistreerd;
- defecte apparatuur uit gebruik wordt genomen;
- medewerkers voldoende instructies krijgen;
- de juiste personen worden aangewezen voor specifieke werkzaamheden.
Bij vaste installaties kan daarnaast de eigenaar of beheerder van een gebouw een verantwoordelijkheid hebben. Werk je vanuit een gehuurd pand? Dan is het belangrijk om duidelijke afspraken te maken over wie verantwoordelijk is voor welke installaties en keuringen.
Wie mag NEN 3140-keuringen uitvoeren?
Een NEN 3140-keuring wordt uitgevoerd door iemand met voldoende kennis en vaardigheden om de veiligheid van elektrische arbeidsmiddelen te kunnen beoordelen.
Binnen NEN 3140 worden verschillende rollen onderscheiden. Denk aan de Vakbekwaam Persoon (VP), Voldoende Onderricht Persoon (VOP) en de Keurmeester Elektrische Arbeidsmiddelen.
Welke kennis en bevoegdheden nodig zijn, hangt af van de werkzaamheden en de complexiteit van de apparatuur. De werkgever wijst personen aan voor specifieke taken en legt daarbij de verantwoordelijkheden en bevoegdheden vast.
Hoe organiseer je NEN 3140-keuringen binnen je organisatie?
Een goed keuringssysteem begint met overzicht. Want als je niet weet welke elektrische arbeidsmiddelen je hebt, kun je ze ook niet structureel beheren.
Breng je elektrische arbeidsmiddelen in kaart
Maak eerst een inventarisatie. Leg vast welke elektrische arbeidsmiddelen binnen de organisatie aanwezig zijn, waar ze worden gebruikt en wat de keuringshistorie is.
Bepaal het risicoprofiel
Kijk daarna naar de omstandigheden waarin ieder arbeidsmiddel wordt gebruikt. Hoe intensief wordt het gebruikt? Waar wordt het gebruikt? En hoe groot is de kans op beschadiging?
Een apparaat dat dagelijks op een bouwplaats wordt gebruikt, heeft nu eenmaal een ander risicoprofiel dan een printer die permanent op dezelfde plek in een kantoor staat.
Maak een keuringsschema
Bepaal vervolgens op basis van de risico’s wanneer de volgende inspectie nodig is. Leg deze momenten vast in een duidelijk keuringsschema.
Houd je keuringen bij
Met een centraal register houd je overzicht. Daarin kun je bijvoorbeeld registreren:
- welke arbeidsmiddelen zijn gekeurd;
- wanneer de keuring heeft plaatsgevonden;
- wat de resultaten waren;
- wanneer de volgende inspectie staat gepland.
Dit kan handmatig of met een digitaal systeem.
Vergeet nieuwe apparatuur niet
Schaf je nieuwe elektrische arbeidsmiddelen aan? Neem deze dan ook op in het keuringssysteem.
Maak duidelijke afspraken over defecten
Zorg dat medewerkers weten wat ze moeten doen als ze beschadigde of defecte apparatuur zien. Want elektrische veiligheid stopt niet zodra de periodieke keuring is afgerond.
Wat zijn de risico’s als elektrische arbeidsmiddelen niet worden gekeurd?
Niet of niet tijdig controleren kan grote gevolgen hebben. Defecte elektrische apparatuur kan elektrische schokken, kortsluiting, brand en letsel veroorzaken.
Vindt er een ongeval plaats? Dan kan bovendien worden onderzocht of de werkgever voldoende maatregelen heeft getroffen om medewerkers veilig te laten werken.
Defecte apparatuur kan daarnaast leiden tot onverwachte uitval, reparatiekosten en productieverlies. Ook kan het niet naleven van verplichtingen rondom veilige arbeidsmiddelen leiden tot boetes of andere maatregelen.
Door elektrische arbeidsmiddelen regelmatig te controleren, kun je gebreken op tijd signaleren en apparatuur veilig blijven gebruiken.
Zelf elektrische arbeidsmiddelen leren keuren
Je kunt er als organisatie voor kiezen om medewerkers zelf te trainen in het keuren van elektrische arbeidsmiddelen.
Tijdens een NEN 3140-training voor Keurmeester Elektrische Arbeidsmiddelen komen onder andere de volgende onderwerpen aan bod:
- wet- en regelgeving rondom elektrische veiligheid;
- NEN 3140;
- elektrische risico’s;
- visuele inspecties;
- werken met meetapparatuur;
- elektrische metingen;
- beoordelen van meetresultaten;
- registreren van keuringen;
- keuringsrapporten.
De training combineert theorie en praktijk. Zo leren deelnemers niet alleen waar ze op moeten letten, maar ook hoe ze verschillende elektrische arbeidsmiddelen daadwerkelijk inspecteren en keuren.
Meer informatie?
Heb je vragen over de NEN 3140? Neem dan geheel vrijblijvend contact met ons op. Wij helpen je graag verder!

Anton is Adviseur bij CAN Comply Groep. Hij helpt organisaties met complexe vraagstukken en maakt graag de vertaalslag naar praktische oplossingen.
anton@certificeringsadvies.nlZelfstandig leren keuren?
Word Keurmeester NEN 3140 elektrische arbeidsmiddelen!
- eendaagse training
- Locaties door heel Nederland
- Ontvang het certificaat keurmeester



